Sturen of loslaten? Pleidooi voor een actieve rol voor gemeenten

ProfielfotoTheo de Bruijn 03-07-2017
379 keer bekeken 0 reacties

Transitieagenda Circulair Bouwen

In een van de kookstudio's is een groep onder leiding van Jan Straatman, Theo de Bruijn en Rutger Vrielink aan de slag gegaan om een transitieagenda Circulair Bouwen te ontwikkelen.

Met deze transitieagenda circulair bouwen brengen we de kansen en knelpunten in kaart. Daarmee hebben we een goed beeld van wat er speelt in de praktijk. We gaan de inzichten uit deze agenda gebruiken om proeftuinen te starten waar ze kunnen worden getest en verrijkt met praktijkkennis. Leren door te doen! Klik hier om direct de digitale versie van de Transitieagenda te openen.

Wilt u de papieren versie van de transitieagenda ontvangen? Stuur dan een mail naar circulairbouwen@overijssel.nl

Driekwart van de Nederlandse bevolking woont in een stedelijke omgeving. Wereldwijd geldt dat voor meer dan de helft van de mensen. Tags: samenwerking, loslaten, Omgevingswet.

Dit bracht Benjamin Barber ertoe om in zijn boek If Mayors Ruled the World: Dysfunctional Nations, Rising Cities uit 2013 te stellen dat oplossingen voor maatschappelijke problemen ook op het lokale niveau moeten worden gezocht. In Nederland wordt vanuit dit besef gewerkt aan Agenda Stad. Op Europees niveau is de Urban Agenda geïnitieerd, die eveneens de aandacht vestigt op de mogelijkheden die juist steden en stedelijke netwerken hebben bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. En die zijn er volop. We staan voor een aantal flinke nieuwe uitdagingen, zoals de energietransitie, klimaatverandering, vergrijzing, en migratie en integratie. Barber volgend moeten we onze hoop vestigen op het lokale niveau om dit soort vraagstukken aan te pakken.

 

Reageren op deze kookles? Dat kan onderaan de pagina.

Meer lezen over dit onderwerp? Klik dan door naar bijbehorende recepten:

Leegstandsslinger - Martin Kleine Schaars

Eikeltjeskoffie - Co Verdaas

Nieuw brood op de plank - Angela Pigge

Personal touch - Frans Kooiker

Community power - Erik Dannenberg

 

De realiteit is dat gemeenten beperkte mogelijkheden hebben of zien om te sturen. Dat is ook niet verrassend. Al in 1965 schreef Christopher Alexander, een bekende architect, het beroemde paper A City Is Not A Tree. De strekking van dat paper is dat een stad geen logische hiërarchische structuur kent, maar eerder gezien moet worden als een verzameling van talloze knooppunten van elkaar overlappende werelden en structuren. Dat maakt een stad tot een complex geheel. Sturen in die complexiteit is niet eenvoudig. Daarom zoeken gemeenten nadrukkelijk  de samenwerking met andere partijen, met name private. Tegenwoordig ligt er veel nadruk op participtie, co-creatie, bottom-up, organisch ontwikkelen. Kleinschalig is in. Een overheid die vooral faciliteert. Veel beleidsmemo’s kennen tegenwoordig een paragraaf over de gewenste bestuursstijl. Een willekeurig voorbeeld uit een coalitieakkoord, in dit geval de gemeente Ede:

“Dit college gaat ervan uit dat de samenleving zelf vaak krachtige oplossingen vindt voor maatschappelijke problemen. De motivatie van binnenuit bij inwoners, instellingen of marktpartijen om zaken voor elkaar te krijgen, maakt oplossingen vaak effectiever, creatiever en vooral meer gedragen.”

Ook de provincie Overijssel zit op deze koers, bijvoorbeeld via de Stadsbeweging:

“De Stadsbeweging is een beweging in Overijsselse (binnen)steden waarbij actieve inwoners en ondernemers hun tijd en energie inzetten omdat ze hun eigen stad en omgeving willen verbeteren. Zij ontwikkelen goede oplossingen voor braakliggende gebieden en leegstaande gebouwen, zodat een plek nu en in de toekomst beter gebruikt kan worden. (…) Het voorziet in een behoefte aan het ontwikkelen van kennis en kunde en de mogelijkheid om kennis te delen (Leren); in het aan elkaar (ver)binden van partijen zodat zij samenwerken (Inspireren); en gerichte financiële impulsen (Participeren).”

 

Dat overheden het belang van samenwerking en maatschappelijk initiatief benadrukken is niet ten onrechte. Dat overheden op eigen houtje beleid vaststellen en uitvoeren, en dat maatschappelijke partijen daarop reageren, is een te simpele voorstelling van zaken. Overheden, en zeker gemeenten, hebben de kennis, macht en creativiteit nodig van maatschappelijke partijen. Het doel is om meer verantwoordelijkheid te geven aan niet-overheidspartijen waarbij de gemeente zelf een meer faciliterende rol heeft. Er wordt veel vrijheid van handelen gegeven zodat er flexibel op kansen en veranderende omstandigheden kan worden ingespeeld. De schaal waarop wordt gewerkt is klein. In plaats van een eenmalige, grootschalige, projectmatige ingreep, wordt gefocust op een langduriger proces waarin stapsgewijs met kleinere ingrepen wordt gewerkt. Dat betekent een andere rol en wijze van werken van gemeenten met als doel het lostrekken van initiatieven, het realiseren van onderaf en het ondersteunen van ideeën. De overheid komt daarbij meer naast de initiatiefnemer te staan. Deze rol wordt omschreven als een vraaggerichte faciliterende overheid. Een overheid die uitvoering van private- en burgerinitiatieven vergemakkelijkt en zorg draagt voor – beperkte – passende wet- en regelgeving en handhaving.

 

Meer lezen over dit onderwerp?

Alfred Jodocus - Leegstand Overijssel

Kwak Kwik - Leegstand Overijssel

 

Maar gaat een dergelijke sturingsfilosofie de uitdagingen waar we voor staan op een effectieve manier beantwoorden? Ik betwijfel dat. De recente publicatie van Platform 31 Stedelijke trends en opgaven voor 2018 e.v.; Vergaand veranderen, slim verschillen, duurzaam verbinden stelt dat de komende dertig jaar meer verandert dan in de afgelopen driehonderd jaar. Steden en stedelijke netwerken bevinden zich op een kantelpunt. Trends die worden benoemd gaan over vergrijzing en migratie, een nieuwe economische structuur, zelfredzaamheid, toenemende verschillen tussen steden en regio’s, razendsnelle communicatieontwikkelingen, cybercriminaliteit, duurzaamheid en regionale samenwerking.

 

Dit soort grote opgaven lenen zich niet voor het varen op de persoonlijke motivatie van maatschappelijke partijen; lenen zich niet voor kleinschalige aanpak. Oorzaken hiervoor zijn dat partijen de urgentie soms nog onvoldoende voelen. De massale protesten die de omvorming van ons landschap tot energielandschappen afremen wijzen er bijvoorbeeld op dat mensen nog onvoldoende besef hebben van de noodzaak om onze energievoorziening met vaart te verduurzamen. Een enkele zonnepaneel op een dak is mooi, maar is onvoldoende. Het aandeel duurzame energie was afgelopen jaar volgens het CBS nog steeds minder dan 6%. En dat terwijl de doelstelling van het Energieakkoord  is om al in 2020 op 14% te zitten en 16 procent in 2023. Het Klimaatakkoord van Parijs is daar nog niet eens in verwerkt. Duidelijk is dat dit hele andere maatregelen gaat vragen.

Een andere oorzaak is dat op individueel niveau niet altijd een positieve kosten-batenverhouding optreedt. Onze woningvoorraad sluit bijvoorbeeld onvoldoende aan op de demografie van de toekomst, maar een invidivuele huiseigenaar kan weinig uitrichten. Een derde oorzaak is dat sommige vraagstukken te complex zijn voor individuele partijen. Het verkleinen van het kernwinkelgebied, in veel binnensteden een noodzakelijke opgave, vraagt om stedelijke herverkaveling. Dat is voor een lokale middenstander te hoog gegrepen.

 

Hoewel het benutten van de kennis en creativiteit van onderop noodzaak is, is het tegelijk ook onvoldoende. Alleen koersen op bottom-up initiatief zal een aantal van de grote maatschappelijke problemen niet oplossen. Het kan ook anders toont onder andere een voorbeeld uit Lochem aan.

 

DE GROENE FABRIEK: RUIMTELIJKE MATCHMAKING ALS STRATEGIE

 

In 2015 was IAA Architecten - Stedenbouw en Landschap gedeeld winnaar van de Eo Wijers-prijsvraag met het concept De Groene Fabriek. Het concept beschrijft een gebiedsgerichte strategie voor de transformatie van bestaande industrie- en bedrijventerreinen naar groene energie- en cleantech-productiegebieden. Het voorstel maakt gebruik van het principe van circulaire economie om tot energieneutraliteit te komen. De voorgestelde strategie combineert agenda’s en opgaves: ruimtelijke en herstructureringsopgaves worden verbonden met kansen voor bestaande bedrijven en gemeentes, en potenties voor cleantech en duurzame energie. Dit proces heeft de naam ruimtelijke matchmaking gekregen.

Ruimtelijke matchmaking brengt een transitie op gang: er wordt werk-met-werk gemaakt, er wordt aangesloten op bestaande investeringsagenda’s en er ontstaan win-win situaties voor bedrijven en gemeentes. Daarbij wordt ook de kwaliteit van het gebied vergroot. Uiteindelijk zal de aanwezigheid van cleantech bedrijvigheid en industrie, en de vraag, het aanbod en uitwisseling van energie, warmte, afval en grondstoffen een vestigingsfactor zijn voor nieuwe bedrijven en economische bedrijvigheid. Met als resultaat een energieneutraal gebied dat ecologisch en economisch houdbaar is.

Naast IAA Architecten maken Engie, Raedthuys Pure Energie, CCS en Circulus Berkel deel uit van het consortium dat De Groene Fabriek nu in pilotvorm implementeert.

Meer info: http://www.iaa-architecten.nl/projecten/53-de-groene-fabriek

 

 

 

In Lochem werkt een consortium van vijf bedrijven aan het energieneutraal maken van industriegebied Kanaalzone onder de noemer De Groene Fabriek (zie de inzet). Stap voor stap wordt in nauwe samenwerking tussen de bedrijven die gevestigd zijn in de Kanaalzone, de Industriële Kring Lochem, de lokale energiecoöperatie Lochem Energie, de gemeente en de provincie Gelderland gewerkt aan kansen voor energiebesparing en de opwekking van duurzame energie. De aanleg van een nieuwe rondweg langs het bedrijventerrein biedt goede mogelijkheden om investeringen te bundelen. Ogenschijnlijk zijn maatschappelijke partijen hier aan zet. Echter, de gemeente Lochem heeft al in 2007 de motie ‘Lochem Klimaatneutraal in 2030’ unaniem aangenomen. Het streven naar klimaatneutraal werd bevestigd in het Collegeprogramma 2014-2018. Inmiddels is het tevens vertaald in concreet beleid waaronder het uitvoeringsprogramma Klimaat en Energie 2015-2019. De niet-aflatende nadruk die vanuit de gemeente wordt gelegd op de klimaatopgave, ook in de context van de Stedendriehoek die zich sinds 2014 presenteert als cleantech-regio en de 10e Eo Wijersprijsvraag naar een ruimtelijke strategie om de regio in 2030 energieneutraal te maken, zorgt voor een duidelijke stip op de horizon. Niet alleen in formeel beleid, maar ook in actieve ondersteuning in woord en daad vanuit het college van B&W en enkele ambtenaren blijkt de ambitie van de gemeente. Dit is een vruchtbaar klimaat voor het private consortium dat trekt aan De Groene Fabriek. Zonder de gemeentelijke ambitie was het voor het consortium moeilijk geweest een dergelijk initiatief van de grond te trekken.

 

Zonder de kennis en investeringskracht van private partijen komt een initiatief zoals in Lochem moeizaam of niet van de grond. Maar zonder de stip op de horizon die door de gemeente, ook in regionaal verband, is gezet en steeds opnieuw wordt bevestigd en verder geconcretiseerd, lukt het evenmin. Niet alleen legitimeert dat de inzet van het consortium naar de betrokken bedrijven en andere organisaties in Lochem. Het maakt ook mogelijk dat actief gezocht kan worden binnen het ambtelijk apparaat naar meekoppelkansen: de uitbreiding van een woonwijk, het herbestemmen van bedrijfskavels, de aanleg van de rondweg met daarbij de kabels en leidingenstructuur. Deze dossiers bieden mogelijkheden om actief bij te dragen aan de energieambitie, mits de verbinding ook daadwerkelijk wordt gemaakt. Belangrijk voor de sturingskracht is dat de gemeente daarbij ook het instrumentarium kan en wil inzetten dat hoort bij die andere dossiers, bijvoorbeeld het ruimtelijk instrumentarium. Daarmee ontstaat een breder sturingsarrangement met een mix van communicatieve, financiële én regulerende instrumenten. Een arrangement waarvan we al lange tijd weten dat juist een dergelijke mix noodzaak is om tot resultaat te komen.

Mijn pleidooi aan gemeenten, ook met het oog op de lokale verkiezingsprogramma’s die partijen nu gaan schrijven, is om een toekomstgerichte agenda te gaan maken. Welke uitdagingen komen op de gemeente af? Hoe hangen die met elkaar samen? Hoe maken we slimme koppelingen? Welke stippen op de horizon moeten we zetten? En welke concrete stappen zijn nodig om dichter bij die stippen te komen? Wat kunnen we op lokaal niveau en waar hebben we hogere schaalniveaus nodig? Het resultaat, de agenda, kan de gemeente dan integraal uitdragen en vertalen in concreet beleid, met een passende en effectieve instrumentenmix die meer omvat dan faciliteren. Juist door opgaven te verbinden met elkaar wordt voorkomen dat de agenda slechts een optelsom van uiteenlopende wensen is.

De mogelijkheid om een dergelijke agenda te maken is er ook. In het kader van de Omgevingswet moeten gemeenten een Omgevingsvisie opstellen. Dit biedt een unieke kans. Door vanuit de grote opgaven te vertrekken wordt voorkomen dat een dergelijke visie de problemen van gisteren benoemt en wordt de aandacht gericht op de oplossingen van morgen. Een nadrukkelijke inhoudelijke rol en visie van gemeenten is daarbij onontbeerlijk. En dat kan en moet uiteraard in nauwe dialoog en samenwerking met de partijen in en om de stad, en in regionale samenwerking. De gemeente aan zet. Sturen én loslaten.

Afbeeldingen

0  reacties