Versterk stads- of dorpskern: een kerntaak voor de gemeenteraad

ProfielfotoBas Denters 06-07-2017
0 reacties

Overijsselse denkers en doeners

In dit manifest treft u diverse ‘Kookstudio's'. Deze zijn afkomstig van vooraanstaande Overijsselse denkers en doeners. Zij hebben in de praktijk en vanuit onderzoek ervaring opgedaan met het transformeren van (leegstaand) vastgoed en geven vanuit hun eigen professie een handreiking aan u.

Inspiratie lokale verkiezingen  

De Woonkeuken wil graag op deze manier een goede doordachte inspiratiebron bieden voor alle makers van de lokale verkiezingsprogramma’s. En hebt u vragen of wilt u nog eens doorpraten met een van deze schrijvers, neemt u dan gerust contact met hen op via deze button op deze pagina.

 
 
 

 

Om mee te praten moet u zich eerst    registereren.

Ga naar de Kookstudio's van:

Circulair

Adaptief

Inclusief

In vrijwel elke gemeente staat het behoud van de aantrekkelijkheid van de stads- of dorpskern hoog op de publieke agenda. Door demografische, economische en technologische veranderingen staan traditionele centrumfuncties onder druk. Tags: gemeenteraad, kaderstelling.

Dat noopt betrokken partijen om een gezamenlijke toekomststrategie te ontwikkelen. Het gemeentebestuur is hierbij natuurlijk een belangrijke speler, maar voor de ontwikkeling van plannen voor de toekomst van de stads- of dorpskern is het lokaal bestuur aangewezen op samenwerking met andere partijen. Daarbij gaat het natuurlijk eerst en vooral om samenwerking met eigenaren, ondernemers, bewoners en gebruikers van het centrum. In veel gevallen is het echter ook zaak om de lokale strategie in regionaal verband af te stemmen met andere gemeenten. Specialisatie, aansluiting specifiek-lokale sterke punten en streven naar complementariteit zijn daarbij vaak te verkiezen boven kopieergedrag en onderlinge concurrentie.   

 

Reageren op deze kookles? Dat kan onderaan de pagina.

 

In de lokale en regionale overlegcircuits vertegenwoordigen leden van B&W of ambtenaren het gemeentebestuur. In een duaal gemeentebestuur is dat ook logisch. Dit betekent echter niet dat de gemeenteraad bij de ontwikkeling van een strategie voor de stads- of dorpskern geen rol moet spelen. In tegendeel.  De stads- of dorpskern vormt het hart van de lokale gemeenschap. De zorg voor een aantrekkelijke en levendige  stads- en dorpskern is daarom bij uitstek een kerntaak van het gemeentebestuur. En als hoofd van het gemeentebestuur (artikel 125 Grondwet) behoort de gemeenteraad nauw betrokken te zijn bij de besluitvorming over de toekomst van die kern.  

De vraag is echter hoe de raad inhoud kan geven aan deze betrokkenheid. Op papier is het simpel. Als gekozen volksvertegenwoordiging stelt de raad de kaders waarbinnen het college en de ambtenaren moeten opereren.  Bovendien kan de raad het college over het gevoerde beleid ter verantwoording roepen. Bij samenwerkend bestuur – in relatie met lokale maatschappelijke partners of in regionaal verband met andere gemeenten – ligt dat echter al vlug gecompliceerder. Want de samenwerkingsresultaten zijn niet alleen afhankelijk van de inspanning van het college en zijn ambtenaren. Het college is aangewezen op de medewerking van andere partijen; elk met eigen legitieme voorkeuren en belangen.  Bij de kaderstelling en controle moet de raad hier terdege rekening houden. Tot het onmogelijke is immers niemand gehouden - ook het college niet!

Wil de raad niettemin zijn legitieme invloed doen gelden, dan is het zaak om snel klare wijn te schenken. Dat kan door het eigen college vroegtijdig van duidelijke instructies te voorzien.  Die instructies hebben – gezien de afhankelijkheid van externe partners –  het karakter van inspanningsverplichtingen.  Maar als die inspanningsverplichtingen vanaf het begin duidelijk zijn, dan is het verwachtingspatroon niet alleen voor B&W en ambtenaren, maar ook voor de externe partijen van meet af aan helder.

Die kaderstelling en de daarop gebaseerde controle kan in de eerste plaats inhoudelijk zijn. Inhoudelijke kaderstelling kan zijn gebaseerd op het electorale mandaat dat raadsleden verkrijgen bij raadsverkiezingen. Partijen kunnen de verkiezingen in maart 2018 gebruiken als platform voor een debat over de ontwikkeling van het centrum. Op grond van eigen beginselen formuleren zij uitgangspunten voor de toekomst van de stads- of dorpskern.  De ene partij zal daarbij het accent willen leggen op een vermindering van regeldruk en lastenverlichting voor de plaatselijke middenstand. Een andere partij zal het stimuleren van duurzaamheid benadrukken en autoverkeer in het centrum willen beperken. En een derde partij zal zich in het programma sterk maken voor ruimere –  of juist minder ruime –  openingstijden voor winkels en de  horeca. Aldus maken partijen de centrumontwikkeling tot een centraal thema van de aanstaande raadsverkiezingen. Kiezers kunnen zich dan uitspreken over dergelijke zaken. Vervolgens kunnen op basis van hun electorale mandaat, de nieuw gekozen raadsleden  zich na de verkiezingen – via kaderstelling en controle –hard maken voor de realisatie van deze inhoudelijke uitgangspunten.

Maar het electorale mandaat op basis van raadsverkiezingen kent natuurlijk zijn beperkingen. Voor zover inwoners bij deze verkiezingen al gaan stemmen, doen ze dat veelal op basis van nationale politieke overwegingen. En als de kiezer zich wel laat leiden door lokale overwegingen, dan is niet duidelijk of en zo ja welke lokale issues daarbij een rol hebben gespeeld. Daarom is het voor de partijen in de raad niet onverstandig om bij de standpuntbepaling over een belangrijk issue, zoals de toekomst van het centrum, niet alleen blind te varen op het kompas van het eigen verkiezingsprogramma.

Bij zo’n cruciaal issue doet de raad er verstandig aan om de bevolking rechtstreeks te betrekken bij de gedachtenvorming. De raad kan dat doen door alvorens zelf inhoudelijke kaders te formuleren  te rade te gaan bij de bevolking.  Daarvoor zijn allerlei vormen van inspraak en consultatie beschikbaar. Samen met het eigen verkiezingsprgramma kan de inbreng van inwoners worden gebruikt bij de inhoudelijke kaderstelling door de raad. Maar de raad kan ook een andere weg bewandelen.

De raad kan – geheel of grotendeels – afzien van eigen inhoudelijke kaderstelling. De gemeenteraad ziet er dan vanaf om zelf op te treden als spreekbuis van de plaatselijke gemeenschap.  In plaats daarvan zet de raad zich ervoor in dat in de ontwikkeling van een visie voor de stads- of dorpskern gemeentenaren zelf aan het woord komen. De kaderstelling is dan niet langer (uitsluitend) inhoudelijk, maar (vooral) procedureel.  Men vraagt van B&W en de maatschappelijke partners te komen met een voorstel over hoe ze denken inwoners te betrekken bij de visievorming. De raad kan dan eerst toetsen of men deze voorstellen adequaat vindt. Vervolgens kan de raad ook toetsen of tijdens het proces de opvattingen van de bevolking ook serieus zijn genomen in de toekomstplannen.   

Het is aan de raad te bepalen welke van deze twee opties men kiest. Maar hoe dan ook is het van belang de stem van inwoners bij het debat over de toekomst de kern van hun stad of dorp  inwoners serieus te nemen. Dat is thans geenszins vanzelfsprekend. Want veelal wordt op dit moment het debat over de centrumontwikkeling slechts in een kleine kring van zakelijk belanghebbenden  gevoerd. De burgemeester of een wethouder zitten aan tafel met vastgoedeigenaren, de detailhandel, makelaars en  woningcorporaties.

Als vertegenwoordiging van de plaatselijke bevolking zou de raad er voor moeten ijveren  om de kring van betrokkenen bij de visievorming te verbreden. Dat  is belangrijk vanuit democratisch oogpunt. De stads- of dorpskern is ten slotte van iedereen!  Het biedt echter ook kansen voor innovatie. De huidige centrumproblemen hebben te maken met het teloorgaan van oude functies. Nieuwe functies moeten daarvoor in de plaats komen. Dat vraagt om nieuwe, frisse ideeën. Door hierover in bredere kring te spreken, verbreedt men het blikveld en maximaliseert men de kans op het ontwikkelen van verrassende nieuwe functies.  Bovendien versterkt men zo ieders betrokkenheid bij het centrum. Misschien is dat laatste nog wel de belangrijkste bijdrage die een gemeenteraad kan leveren aan een levendige en aantrekkelijke stads- of dorpskern.

Afbeeldingen

0  reacties