Circulariteit moet je doen! Proeftuinen leveren de eerste opbrengsten op.

Eric van de Wetering 21-09-2020 327 keer bekeken 0 reacties

In 2050 moet de Nederlandse economie circulair zijn. Een van de enorme uitdagingen waar onze samenleving voor staat en een opgave die in samenhang met de andere belangrijke en actuele thema’s zoals klimaatverandering, energietransitie, wonen, samenleven en mobiliteit opgepakt moet worden.

In 2050 moet de hele Nederlandse economie circulair zijn. Een van de enorme uitdagingen waar onze samenleving voor staat. Daarmee is het een opgave die in samenhang met de andere belangrijke en actuele thema’s zoals klimaatverandering, energietransitie, wonen, samenleven en mobiliteit opgepakt moet worden. Overijssel zou Overijssel niet zijn als ze daar niet (pro)actief op in zou springen.

Wat het extra uitdagend maakt is dat Circulair Bouwen (CB) een onderwerp is waar geen pasklaar draaiboek voor klaarligt waarmee je alleen maar de voorgeschreven stappen hoeft te volgen. Samen met de daarvoor noodzakelijke grondstoffentransitie is het een nog vrijwel onontgonnen terrein dat eerst grondig onderzocht en geëxploreerd moet worden – en dat kan alleen maar in de praktijk. Gezamenlijk kennis opdoen en er samen van leren is het devies.

Daartoe is er, in samenwerking met de provincie, met verschillende partijen een slimme structuur opgezet en ingericht om voortvarend alle ins en outs van CB in beeld te krijgen. Om daar richting aan te geven wordt in de transitieagenda Circulair Bouwen uitgegaan van 9 kernvraagstukken. Met de inzet van diverse Proeftuinen en Kennisprojecten zijn die in de afgelopen maanden onderzocht en van antwoorden voorzien aan de hand van actuele en concrete Overijsselse bouw-, ontwikkel- en onderzoeksopgaven. Zo komen praktijkprojecten, onderzoek en onderwijs - samen met de knelpunten en uitdagingen - bij elkaar.

Circulariteit is een breed onderwerp waar alles met elkaar te maken heeft en in elkaar grijpt – deze transitie vraagt om een systeemverandering in de branche wil ze succesvol zijn, zoveel is helder!

Achtergrond
Het is allemaal begonnen in 2016 door de nota ‘Nederland Circulair in 2050’, een Rijksbreed programma Circulaire Economie. De bouwsector is hierin een van de sectoren met voorrang omdat deze verantwoordelijk is voor een groot deel van het grondstoffengebruik en afval. De Provincie Overijssel onderschrijft deze ambitie. In het provinciaal coalitieakkoord 2019-2023 ‘Samen Bouwen aan Overijssel’ is de circulaire economie benoemd tot een maatschappelijke opgave waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samen optrekken. Ook in 2019 is de ‘Transitieagenda Circulair Bouwen Overijssel’ (provincie, Saxion, Pioneering en RBON (Regieraad Bouw Oost Nederland)) opgesteld, een impuls voor circulaire woning- en utiliteitsbouw. Daarin zijn de 9 kernvraagstukken benoemd waar de focus op moet liggen. Met behulp van de provinciale ‘Subsidie Impuls Circulair Bouwen’ zijn in dat kader tot nu toe 12 Proeftuinen en Kennisprojecten opgezet om praktijkervaring en kennis op te doen. Om alle resultaten en bevindingen daarvan te bundelen, uit te wisselen en verdieping mogelijk te maken, is een ‘Community of Practice’ (CoP) opgezet. Die fungeert als een kennis- en leernetwerk. Op zijn beurt wordt die gefaciliteerd door het ‘Expertteam Circulair Bouwen’ (ECB), een samenwerkingsverband van kennisdragers van de provincie en Saxion (Theo de Bruijn), Pioneering (Eric Kouters) en Balance & Result (Jan Straatman). Het doel van dit alles is om praktijkervaring op te doen om de beoogde transitie te versnellen. Voor CB is dit jaar 1 miljoen euro uitgetrokken. De provincie hoopt dat het aantal proeftuinen samen met marktpartijen eind 2020 is verdubbeld. Bovendien wordt momenteel door de provincie een investeringsprogramma voor de circulaire economie voorbereid van 9 miljoen euro. Het ambitieniveau is hoog.

Adagium
Circulariteit moet je doen! Oftewel learning by doing. Dát is het adagium van de Proeftuinen en de CoP. Praktijkleren dus en daar je kennis opdoen. Aan de slag en de opgedane ervaringen delen. Het is één groot georganiseerd doen, alles moet bij elkaar worden gebracht.

Community of Practice
Zoals de naam al aangeeft, draait alles om de praktijk en dient het als het platform voor het opbouwen en delen van kennis en ervaring voor iedereen die zich inzet voor de transitie van een lineaire naar de circulaire economie in de gebouwde omgeving. De Proeftuinen en Kennisprojecten staan centraal, waarbij deze kennis en ervaring moeten opleveren met betrekking tot de 9 vraagstukken die opgelost moeten worden om CB in versnelling te brengen. Halen, brengen, delen, verdiepen, leren en inspireren zijn de praktische werkwoorden. Vanzelf stuit je dan ook op zaken waar het in de praktijk spaak loopt en ga je gezamenlijk op zoek naar oplossingen – zo is het een broedplaats. Belangrijke taak van de CoP is het leggen van verbindingen tussen mensen en netwerken die actief zijn met CB, zodat de verworven inzichten beschikbaar zijn voor iedereen en zo bijdragen aan de opschaling. Dus geen theoretisch debat over CB, maar de praktijk voorop en daar intensief met elkaar mee aan het werk met een uiterst pragmatische aanpak. Daarin schuilt de kracht en heeft het tastbare meerwaarde.

Expertteam
Organiseren, bundelen en adviseren, dat zijn de belangrijkste taken van het team. Zo organiseert het een groeiend netwerk professionals die betrokken zijn bij of interesse hebben in CB. Ook zorgt het dat er inspirerende en verdiepende werksessies over de praktijkervaringen in de Proeftuinen plaatsvinden. De daarin opgedane kennis en praktijkervaring en de 9 vraagstukken uit de ‘Transitieagenda Circulair Bouwen’ worden onder verantwoordelijkheid van het Expertteam gebundeld in een rapportage. Uiteindelijk leidt dat tot een advies aan de provincie over vervolgstappen voor versnelling, verdieping en opschaling. In de afgelopen maanden hebben 3 intensieve werksessies van het team plaatsgevonden.

Dit zijn de vragen
In de ‘Transitieagenda Circulair Bouwen Overijssel’ zijn op basis van 9 onderscheidende onderwerpen 9 kernvraagstukken geformuleerd. En dat zijn niet de minste. Het zijn negen hoe-vragen, wat aangeeft dat er nog heel veel te onderzoeken en te leren valt. Tegelijkertijd laat het, naast de verbondenheid met andere thema’s, ook de reikwijdte ervan zien en hoe alomvattend het terrein van CB is – er moet nog van alles onderzocht worden om met antwoorden te kunnen komen. Dit zijn ze:

1. bouwcultuur en -gedrag: hoe komen we tot een andere bouwcultuur en -gedrag, waarin vaardige en (des)kundige opdrachtgevers en opdrachtnemers de schaarste van maagdelijke materialen erkennen en ernaar handelen, waardoor circulariteit op de voorgrond treedt?

2. bouwwet- en regelgeving: hoe zorgen we ervoor dat wet- en regelgeving in de bouw een circulaire economie niet belemmert, maar juist ondersteunt of zelfs verplicht wordt en tegelijkertijd geen afbreuk doet aan kwaliteitsstandaarden, klimaat-, CO2- en energiedoelstellingen?

3. bouw-, beheer- en exploitatieproces - hoe komen we tot partnerschap over de gebruiksfasen van gebouwen heen, waarin gezamenlijk en maatschappelijk belang op lange termijn worden verenigd met individueel financieel belang op korte termijn?

4. bouwcommercie en businessmodellen - hoe kan de waarde van een functionaliteit landen in een renderend businessmodel met aandacht voor de milieu-impact en de circulariteit van de producten en materialen?

5. financiering - hoe kunnen financieringsconstructies tot stand worden gebracht die in risicoafwegingen de meerwaarde van circulair bouwen en exploiteren waarderen?

6. bouwkwaliteit - hoe kan een voor de gebruiker gegarandeerd veilig, comfortabel en duurzaam bouwwerk tot stand komen waarbij tegelijkertijd materiaalkringlopen gesloten zijn?

7. bouwtechniek - hoe kunnen bouwdelen, -producten en -materialen bij een nieuwe bestemming hun functie opnieuw hoogwaardig vervullen, met een zo’n laag mogelijke milieubelasting?

8. logistiek - hoe kan de logistiek in de bouwindustrie inzake (circulaire) bouwdelen, -producten en -materialen circulair worden gemaakt voor de gehele levenscyclus van een bouwwerk?

9. bouwonderwijs - hoe kunnen in onderwijsprogramma’s de toekomstige medewerkers in en aanpalend aan de bouwsector worden voorbereid op en bijdragen aan de circulaire bouweconomie?

Een of meerdere van deze vragen stonden steeds centraal in elk van de Proeftuinen – hartje praktijk. Dé plek waar onderzocht kan worden hoe die vragen beantwoord kunnen worden op basis van aanwezige en ontwikkelde kennis en ervaringen.

Dit zijn de 12 Proeftuinen
Om stappen te kunnen zetten in het circulaire bouwen moeten de inzichten, resultaten en oplossingen daarvoor uit de praktijk zelf gehaald worden. De 12 Proeftuinen zijn dan direct gekoppeld aan verschillende actuele projecten en trajecten in Overijssel. Dit zijn ze in het kort:

De Tippe, Stadshagen Zwolle: circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen, een gebiedsopgave van 1.250 woningen.

Olstergaard, Olst-Wijhe: natuur-inclusief, gebied circulair bouwrijp maken voor 80 woningen, in samenwerking met Saxion Hogescholen.

Circulair bouwen in het hbo-onderwijs: Windesheim wil afstudeerders voorbeelden laten genereren voor studenten in het eerste en tweede jaar.

Circulair inclusief wonen: onderzoekend ontwerpen van een nieuwe leefgemeenschap. Het gaat om verschillende projecten waarin sociale inclusiviteit gecombineerd wordt met circulariteit.

Omgekeerd bouwen, Twente: wat er al gebouwd is levert de bouwmaterialen van de toekomst. Ontwikkelen van een nieuw sloopproces, zodat bouwmaterialen selectief worden verwijderd en hoogwaardig ingezet kunnen worden. Ontwikkelen van een nieuw werkproces voor circulair bouwen.

Circulair bouwen en renoveren deltaWonen, Zwolle: het tot ontwikkeling brengen en gebruik maken van nieuwe bouwmethodes, samenwerkingsvormen en financieringsmodellen voor nieuwbouw en renovatie. Elk gerealiseerd project is een nulpunt voor een volgend project.

Ontwerpen leerlijn Circulair Bouwen: Saxion (en ROC Twente) onderzoeken hoe circulair bouwen in het onderwijs kan worden ingepast en dit effectief kan worden uitgevoerd. Er wordt een leerlijn circulair ontwikkeld voor hbo en mbo.

Circulaire woningen Stroinkslanden, Enschede: blokje van 7 woningen aan de Assinklanden dat door De Woonplaats beschikbaar is gesteld en circulair herontwikkeld moet worden (sociale woningbouw).

Boosten circulaire businesscase Ribo: de restauratieopleiding van Twente beschikt over een beperkte opslag van vrijkomende restauratiematerialen en onderzoekt of dit opgeschaald moet worden en of je het circulair zou moeten organiseren.

Circulair en duurzaam verwarmd utiliteitsgebouw, Staphorst: het gebouw wordt ontworpen afhankelijk van de materialen die beschikbaar komen uit sloopprojecten. Het moet voor 75% uit gebruikte materialen bestaan. Deze materialen worden verworven uit eigen demontageprojecten. Het ontwerp is zodanig dat functionele wijzigingen later relatief eenvoudig zijn aan te brengen.

Circulaire Grondulows, Heeten: de bouw van drie circulaire gastenverblijven ‘bij de boer’. Er staan er al een aantal die gebouwd zijn volgens bouwbiologische principes. Het concept wordt herontwikkeld, zodat ze ook circulair zijn (biobased).

Novito: Novito maakt elementen voor woningen volgens een concept/systeem dat adaptief is (flexibel en aanpasbaar) en wil het bestaande assemblage-concept circulair doorontwikkelen zodat ten minste 90% van de materialen/bouwdelen hoogwaardig hergebruikt kunnen worden.

In elk van deze Proeftuinen werd er op het gebied van CB tegen diverse zaken aangelopen. Tussen deze praktijk en een of meerdere kernvragen uit de agenda is een directe koppeling gelegd en zijn deze in de praktijk pragmatisch opgelost.

Landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal
De Proeftuinen hebben geleerd dat landelijke maatregelen en intenties, verankerd in verschillende rapporten, akkoorden, agenda’s en (uitvoerings)programma’s fungeren als een belangrijke stimulans en aanjaagfunctie voor de verdere opschaling van circulariteit in de bouw. De ambitie is om de gehele gebouwde omgeving voor 2050 circulair te maken, inclusief woningbouw, utiliteitsbouw en de GWW-sector (Grond-,Weg- en Waterbouw). Met name het platform CB’23 (Circulair Bouwen in 2023) zet goed druk op de ketel en komt met concreet instrumentarium voor een gezamenlijke landelijke route naar circulaire afspraken.

Daarnaast zijn er de 30 landelijk opererende Cirkelsteden. Een platform voor vooruitstrevende publieke en private partijen die werk maken van steden zonder uitval en afval. Steden zonder uitval en zonder afval. Cirkelsteden brengen, mét mensen uit de stad, materialen die vrijkomen bij sloop, renovatie of beheer van gebouwen terug in de kringloop en passen ze vervolgens toe in nieuwe producten met een gelijkwaardige toepassing. Dit is een voorbeeld van hoe er allerlei initiatieven worden gestart om in de toekomst de bouwsector in de circulaire modus te brengen. Zo functioneert regionaal in het kader van de ‘Agenda van Twente’ het ‘Fieldlab Circulaire Bouw en Infra Twente’. Dit is een experimenteer-, onderzoeks- en opschaallocatie voor CB in een fysieke of virtuele omgeving. Ondernemer, (semi)overheid en kennisinstellingen zetten samen in op nieuwe modellen op technisch, financieel en organisatorisch vlak. Daarnaast zijn er ook tal van initiatieven binnen andere sectoren, denk aan de andere Overijsselse transitieagenda’s voor bijvoorbeeld kunststof en infra.

Rapportage
Zowel de Overijsselse aanpak van de ambitie om in 2050 de hele Nederlandse economie circulair te hebben gemaakt als de beschrijvingen en bevindingen van de Proeftuinen zijn halverwege juli 2020 vastgelegd in de rapportage ‘Circulaire Proeftuinen Overijssel’, Community of Practice, kennis- en leernetwerk circulaire woning- en utiliteitsbouw.

Reflectie
Op basis van de opgedane ervaringen met de Proeftuinen en de geformuleerde kernvraagstukken kan een balans opgemaakt worden van een aantal belangrijke constateringen die helpen bij het verder brengen van de CB-agenda.

Geen getheoretiseer. Er bestaat een grote intrinsieke motivatie om samen te leren en het uitwisselen van praktijkervaring; de praktijk is voor iedereen herkenbaar en biedt de kans om te zoeken naar pragmatische oplossingen.

Samenwerken. Dat is het toverwoord. Nieuwe vormen daarvan zijn noodzakelijk om het goed te laten passen op de veranderende rollen en posities van partijen. Dus is het zoeken naar en experimenteren met vormen van samenwerking (en businesscases) die alle partners voordeel bieden (win-win). Deze kunnen dan een lonkend perspectief vormen voor partijen die nu nog gevangen zijn in klassiek concurrentiedenken en afwenteling van risico’s.

Gelijkwaardigheid. Het is zaak om weg te komen uit de houdgreep van de traditionele verhoudingen en het elkaar beconcurreren. Gelijkwaardige verhoudingen blijken in de proeftuinen vruchten af te werpen wat betreft het ontdekken van nieuwe wegen. Partijen zijn dan bereid om samen risico’s te nemen, te investeren in vernieuwing en samen te experimenteren en te leren.

Geavanceerde informatiesystemen. Er is grote behoefte aan open systemen waarin alles is vastgelegd over de fysieke kenmerken, de kwaliteit en de termijn van beschikbaarheid van circulair materiaal. De data moeten eenduidig zijn en uitwisselbaar zijn – en de verwerkbaarheid ervan moet zich uitstrekken over een periode van tientallen jaren.

Systeemverandering. Als je stappen wilt maken met CB voldoen de huidig gehanteerde systemen niet meer. Het staat de doorbraak in de weg. Er zijn veranderingen nodig op een hoger systeemniveau.

Onderwijs. Circulariteit moet opgenomen worden in de curricula van het onderwijs. Het gaat hierbij zowel om het reguliere onderwijs, als om bij-, her- en nascholing.

Aanbevelingen
In de rapportage is een aantal aanbevelingen opgenomen.

1. Zet de stimuleringsregeling voort, en stuur op een progressief ambitieniveau en de bereidheid om leerpunten met betrekking tot de vraagstukken te expliciteren en met de sector te delen.

2. Creëer condities waarin partijen van hun fouten kunnen leren en waarin ze hun verworven inzichten opnieuw kunnen toepassen (herhaald leren). Zoals het aanwijzen van grote ontwikkelgebieden waar partijen gedurende langere tijd samenwerken waardoor het loont om te investeren in nieuwe werkwijzen.

3. Verdiep de monitoring en evaluatie van Proeftuinen zodat de lessen in andere situaties effectiever toegepast kunnen worden.

4. Koppel onderzoeks- en kennisprojecten aan praktijkprojecten om circulaire vraagstukken grondiger uit te diepen. Stel bijvoorbeeld – onder voorwaarden – vouchers beschikbaar voor haalbaarheidsonderzoeken of het inwinnen van advies.

5. Doe gericht onderzoek naar bijzondere categorieën die voor een doorbraak kunnen zorgen om zo inzicht en perspectief te kunnen bieden.

6. Continueer de Community of Practice als kennis- en leernetwerk en bouw het verder uit en maak gebruik van de sociale media.

7. Zichtbaarheid en tastbaarheid van circulaire initiatieven (o.a. Proeftuinen) is van groot belang voor opschaling. Bezoek locaties en beleg daar inspirerende werksessies; circulariteit is gebaat bij het zichtbaar maken ervan.

8. Ga een communicatietraject in waarbij inspirerende en leerzame voorbeelden te zien zijn en geleerde lessen breed naar de sector worden uitgedragen.

9. Door heel Nederland vinden momenteel experimenten plaats rondom circulair bouwen. Overijssel is hierin een van de koplopers. De inbreng van ervaringen vanuit projecten in Overijssel in landelijke initiatieven kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het circulaire gedachtegoed in heel Nederland, en daarmee ook weer in Overijssel zelf. We adviseren om te blijven aanhaken bij landelijke initiatieven en waar mogelijk te intensiveren. Via bijvoorbeeld de Leercirkel provincies en gemeenten kan de de provincie Overijssel kennis en ervaring uitwisselen en een netwerk van collega’s opbouwen.

Geconstateerd
Met de Proeftuinen is een mooi begin gemaakt van de grondstoffentransitie in de bouw- en installatiesector. Tegelijkertijd kan vastgesteld worden dat de weg naar een 100% circulaire economie nog lang is – niet alleen qua tijd, maar ook qua de nog te nemen hordes. Het bestaande systeem zal grondig gewijzigd moeten worden om de noodzakelijk veranderingen door te kunnen voeren en de ambitie in te lossen. Er moet dus nog heel veel gebeuren. Het is een enorme uitdaging. Maar de eerste stappen zijn gezet en de resultaten zijn bemoedigend. Het is tijd voor de volgende stappen.

0  reacties

Cookie-instellingen