Hester van Sprang - Adviseur MeerWaarde Huisvestingsadvies

Eric van de Wetering 28-10-2020 108 keer bekeken 0 reacties

Het is een hele goede ontwikkeling dat niet alleen het ruimtelijk domein aan tafel zit maar ook het sociale. Want die twee zijn zo vervlochten met elkaar in dit soort vraagstukken! Dus ontzettend positief dat die beide kanten aan tafel aan bod kwamen.

Wat vond je van de bijeenkomst van vanmiddag?
Ik vond het een heel goed gesprek aan de tweede thematafel! Echt mijn kennisgebied. Het is een hele goede ontwikkeling dat niet alleen het ruimtelijk domein aan tafel zit maar ook het sociale. Want die twee zijn zo vervlochten met elkaar in dit soort vraagstukken! Dus ontzettend positief dat die beide kanten aan tafel aan bod kwamen.

Wat speelt er op het vlak van (huisvesting van) ouderen?
De dubbele vergrijzing is iets dat echt aan de hand is, het feit dat er steeds meer ouderen komen die ook nog eens steeds ouder worden. Tegelijkertijd zie je dat de intramurale capaciteit niet toeneemt. Vroeger gingen de mensen dan naar een instelling als ze zorgbehoeftig werden, tegenwoordig blijf je in principe gewoon thuis wonen tot het echt niet meer gaat, en blijf je zelfstandig zorgen voor je eigen leven. Dat brengt allerlei nieuwe uitdagingen met zich mee. Thuis wonen hoeft trouwens niet te betekenen dat het in je eigen huis is, het kan ook in een andere woonvorm zijn zoals bijvoorbeeld een Knarrenhof, een Thuishuis of een andere vorm van beschut wonen. De drempel naar een instelling is hoog geworden, dat is echt het laatste station. Dus dat betekent dat er heel veel mensen met een zorgondersteuning – en dat zijn niet alleen ouderen maar ook mensen met een verstandelijke beperking, een handicap of een psychiatrische achtergrond – een plek gaan vinden in de wijk en daar normaal gaan wonen met ons allen.

Hoe groot is die vraag?
Eerder in het gesprek werd gezegd dat in Overijssel de vraag naar woningen voor ouderen stijgt van 140.000 naar 210.000. Daarnaast verdubbelt het aantal dementerenden de komende tien jaar. Het gaat dus om forse cijfers. De intramurale capaciteit zoals we die nu hebben blijft naar verwachting gelijk. En als je dan de vraag van zorgbehoeftigen daartegen afzet, dan zie je gelijk hoe groot het vraagstuk is.

Wat is er nodig?
Mantelzorg blijft heel noodzakelijk om die zorg georganiseerd te krijgen, we hebben het geld niet, maar ook de mensen niet om iedereen alleen maar door de reguliere zorg te laten ondersteunen. Dus we moeten heel erg gaan denken vanuit de vraag hoe we die informele zorg ondersteunen en hoe we het netwerk om de mensen heen houden, zodanig dat zodat mensen een beroep op elkaar kunnen blijven doen. Wonen is daar natuurlijk een belangrijke schakel in, als je ergens anders gaat wonen ben je dat netwerk kwijt. We zien ook dat voorzieningen in de wijk heel erg belangrijk zijn om zelfredzaamheid te behouden; zoals de nabijheid van winkels, maar ook een wijkcentrum waar je even binnen kunt lopen waar je de fysiotherapeut of andere ondersteuning treft. Dat zijn belangrijke woonomgevingskenmerken die maken dat het makkelijker is om zelfstandig thuis te blijven wonen. De overheid zet daar nadrukkelijk op in, dus in die hele woningopgave moeten we kijken naar de sociale- en de voorzieningenkant.

Wat is hierin de toekomst?
Wat je ziet is dat het ouderverzorgingshuis niet meer bestaat, want dat is afgeschaft. Er is wel behoefte aan een soort tussenvorm, tussen enerzijds gewoon thuis wonen en anderzijds een verpleeghuis. Dat kan allerlei vormen hebben zoals de eerder genoemde hofjes. Maar ook kan je denken aan het vriendenerf op een locatie in het buitengebied (op een VAB, een vrijgekomen agrarisch bedrijf) met aparte woningen en op een gedeeld erf, of een soort studentenhuizen voor eenzame ouderen die dan gezamenlijk de keuken en de woonkamer delen. Vele varianten zijn mogelijk. Er zijn heel veel mensen met heel veel wensen en de kunst is om ruimte te bieden aan die diversiteit in de oplossingen.

Waar is nu behoefte aan?
Het grootste euvel is dat wonen en zorg nu nog heel erg gescheiden werelden zijn en dát moeten we opheffen. Dus wonen moet om tafel met zorg, of beter gezegd, zorg moet om tafel met wonen. Wat ook nodig is, is dat de zorg duidelijk is in waar precies behoefte aan is. Want zolang die helderheid er niet is gaan bouwers niet aan de slag en is het stellen van prioriteiten niet mogelijk. Ook moet de zorg meepraten met bouwers bij de uitleg van gebieden of bij herontwikkeling van wijken. Ouderen en wonen, dat is een urgent vraagstuk. Er moet het nodige veranderen.

0  reacties

Cookie-instellingen