Column Woonkeuken 14 oktober 2020 - Toine Heijmans

Eric van de Wetering 28-10-2020 211 keer bekeken 0 reacties

Kort geleden was ik ook hier in de woonkeuken, en toen ik terugreed van het heerlijke Oosten naar het saaie Westen, viel ik ten prooi aan sombere gedachten.

Mij was duidelijk geworden dat er zoveel westerlingen naar het oosten komen, dat het me nooit meer zal lukken hier een huis te krijgen. Stiekem had ik gehoopt dat te betalen van de overwaarde van mijn Vinexkasteeltje, maar die tijd is voorbij, nog even en de regio Zwolle is duurder dan de regio Amsterdam.

Dus zal ik voor eeuwig columns moeten blijven schrijven om mijn hypotheek te betalen. En er zijn zoveel columnisten tegenwoordig, dat ik me vervolgens begon af te vragen wat het nut nog eigenlijk is van columns schrijven. Want wat bereik je daar nou eigenlijk mee?

Ik bedoel: in dit zaaltje alleen al zitten mensen die tussen acht en negen uur ’s ochtends meer invloed uitoefenen op het woonlandschap dan ik, de columnist, gedurende een hele werkweek.

En dan heb ik het nog niet eens over al die mensen hier die meekijken via een digitale scherm. Jullie bepalen het aanzicht van Nederland, en ik sta erbij en kijk ernaar.

Dat soort sombere gedachten.

Columnisten oefenen doorgaans geen invloed uit, ook al denken ze van wel. Ze schrijven een stukje, er zit een grap in en iets heel erg serieus, en daarna gaat iedereen weer verder met het uitoefenen van invloed. De columnist blijft altijd eenzaam achter in zijn rijtjeshuis.

Heel graag was ik wethouder van Wierden geweest, wethouder van Almelo of wethouder van Kampen. Naar een wethouder luisteren ze nog, zeker hier in het mooie Oosten.

Nog liever was ik kwartiermaker van een aanjaagteam geweest, procesbegeleider, adviseur en vennoot, senior-econoom, danwel voorzitter van een platform. Of voor mijn part gewoon gedeputeerde.

Dan ben je tenminste iets. Een columnist hangt er altijd een beetje bij. Ik ben, om bij het onderwerp te blijven, hooguit een aanleunwoning.

Dus waar moet ik het over hebben?

De vorige keer dat ik hier was, hield ik een vrij absurd pleidooi voor de terugkeer van een minister van Volkshuisvesting. En voor een terugkeer van de Vinexwijken. Best leuk gevonden wel, maar niemand die zoiets serieus gaat nemen. Zowel de Vinex als de Volkshuisvesting zijn al jaren uit de mode.

Hoewel.

Niet lang na het uitspreken van mijn column kwam coalitiepartij D66 ineens met een stoer concept-verkiezingsprogramma waar in staat: ‘we gaan een miljoen woningen bouwen’. Daarvoor komen, citaat, ‘grote nieuwe bouwprojecten’ (het woord Vinex durven ze nog net niet aan). En ze willen dus ‘een nieuw ministerie van Wonen’.

Met een hoofdletter.

Kijk eens aan.

GroenLinks dan … hé, daar willen ze ook al een miljoen woningen erbij, en ze willen zelfs een ‘woningbouwoffensief’ – dat is een chic Haags ontwijkwoord voor Vinexwijken.

En Pieter Heerma, las ik, fractievoorzitter van het CDA, wil een ‘nationaal noodplan’ voor meer woningen. Er moet zelfs een ‘woontop’ over komen. Dat die er allang is natuurlijk, namelijk hier en nu, in de woonkeuken, maar daar was hij even niet voor uitgenodigd.

In elk geval: die hebben goed naar me geluisterd.

Drie op de vijf Nederlanders wil een minister voor Volkshuisvesting, schreef Binnenlands Bestuur vorige maand op basis van een onderzoek. En nog interessanter: wonen is, na corona, het grootste vraagstuk van deze tijd. 97 procent van de Nederlanders vindt dat er grote problemen op de woningmarkt zijn: te weinig goede en betaalbare woningen.

Voor de goede orde: het vraagstuk immigratie, waar de politiek zo enorm mee bezig was, staat op plaats vijf.

Binnenkort zijn de verkiezingen, en ik weet al waar ze over gaan.

Wonen, wonen, wonen.

Toch geen slechte score, voor een columnist als ik.

Dus dan wil ik nu graag even doorpakken.

Van de week was ik in Valkenswaard, bij een kleine woningcorporatie waar ze heel eenvoudig denken. Daar zeggen ze dingen als: ‘gewoon goed is goed genoeg’. Heel verfrissend. Het is een woningcorporatie die klein denkt: ze willen daar niet groeien omdat ze vinden dat je dan het contact met de klant kwijtraakt.

Ze hebben gelijk: groot denken leidt meestal nergens toe.

Dus nu ze toch naar me luisteren, even opletten daar in Den Haag.

Foto: epa

Het gaat niet om grote woorden. Met ‘een miljoen woningen’, een ‘woningtop’, een ‘woningbouwoffensief’ kom je nergens. Wat je nodig hebt is een paar goede ideeën en dan aan de slag. Vraag hier maar eens aan de wethouders, het aanjaagteam en de procesbegeleider.

Groot denken is klein denken.

Denk daar maar eens over na.

En als u nog een goede minister voor Wonen zoekt: ik ken er wel eentje, en volgens mij is ze ook nog van de partij die de verkiezingen gaat winnen.

Kan ik stoppen met columns schrijven, en eindelijk gedeputeerde worden.

 

0  reacties

Cookie-instellingen