Spoedzoekers in Twente: wie, wat, waar en hoeveel?

Eric van de Wetering 01-03-2021 271 keer bekeken 0 reacties

‘QuickScan huisvesting spoedzoekers Twente’ geeft goed zicht op aantallen en categorieën.

Tijdens het landelijk Flexcongres in Zwolle op 14 oktober 2020, is met 800 betrokkenen gewerkt aan het thema spoedzoekers. Verwacht wordt dat met flexibele innovatieve woonconcepten deze groep passend kan worden gehuisvest, een groep die overigens heel divers van aard is. Door het passend huisvesten van deze spoedzoekers kunnen we de woningmarkt vlottrekken, want dat kunnen we niet alleen met de meer standaard-nieuwbouw.

Dit artikel gaat de diepte in voor de regio Twente. Bent u betrokken bij dit thema, dan kunt u in ongeveer 10 minuten in vogelvlucht grip krijgen op dit thema. We hebben ook drie betrokkenen bij dit thema geïnterviewd en geven we u een inkijkje hoe een ambtenaar, een politicus en een marktpartij tegen deze opgave aankijkt.

Wat zijn spoedzoekers?
Het is altijd goed om met een definitie te beginnen: spoedzoekers zijn mensen die (heel) snel een passende woning nodig hebben maar er niet in slagen die te vinden vanwege de krapte op de huidige woningmarkt en het niet verkrijgen van urgentie omdat hun situatie daar niet ‘schrijnend’ genoeg voor is. Er zijn momenteel überhaupt al veel te weinig woningen en aan de onderkant van de markt is dat nog sterker het geval, voor deze mensen is er vrijwel geen plek op de reguliere woningmarkt.

Opdracht
De provincie Overijssel heeft opdracht gegeven aan bureau Tellers & Benoemers om 1) de groep spoedzoekers in beeld te brengen, 2) te onderzoeken of er bereidheid bestaat in Twente om de problematiek daaromtrent gezamenlijk en regionaal aan te pakken en 3) te onderzoeken of er draagvlak bestaat voor de huisvesting van spoedzoekers op één locatie met de daarbij horende randvoorwaarden. Als de oplossing gevonden wordt in de vorm van flexibele huisvesting (flexwonen), is er wellicht een subsidie mogelijk van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.

Sander van der Wal is beleidsmedewerker Ruimte en Bereikbaarheid van de provincie Overijssel. Hij is het aanspreekpunt voor degenen die een aanvraag willen doen voor de Subsidie Flexibele Huisvesting Overijssel:
“De kern van de regeling behelst het beschikbaar stellen van gelden voor woningbouwprojecten voor spoedzoekers in Overijssel. Denk hierbij aan personen van wie de relatie beëindigd is, zelfstandig wonen, gezondheid, arbeidsmigranten of statushouders. Het onderliggende doel van de regeling is om voor deze doelgroepen passende woningen aan te bieden tegen betaalbare bedragen. Landelijk, maar ook binnen de provincie Overijssel wordt er steeds meer aandacht besteed aan het thema flexwonen. Het onderzoek van Tellers & Benoemers heeft inzichtelijk gemaakt wat de huidige situatie is in de regio Twente. Om het thema flexwonen echt een boost te geven is wel meer nodig dan alleen onderzoek. Hiervoor is de provincie Overijssel voor een groot deel ook afhankelijk van de markt en de initiatieven die ontplooid worden. Wat ik graag zou willen zien gebeuren is dat door een aanpassing in de subsidieregeling ‘flexibele huisvesting’ de beschikbaar gestelde gelden besteed worden aan initiatieven die een bijdrage leveren aan het op een goede manier huisvesten van de eerdergenoemde doelgroepen. Daarnaast zou het mooi zijn dat de gesubsidieerde projecten als voorbeeld kunnen dienen – bijvoorbeeld via een kennisbijeenkomst of ateliersessie – voor andere initiatiefnemers om ook te komen tot huisvestingsprojecten voor de genoemde doelgroepen.”

Categorieën en typen
Er zijn 2 categorieën te onderscheiden bij deze spoedzoekers. De eerste betreft mensen van buiten de regio Twente die voor werk of relatie in Twente willen wonen, de tweede zijn mensen die al inwoner zijn van Twente en door verschillende omstandigheden snel een woning nodig hebben.

In categorie 1 gaat het met name over arbeidsmigranten, die voor het overgrote deel uit Oost-Europa komen en – veelal tijdelijk – afkomen op de vraag naar arbeid die niet door de lokale bevolking ingelost kan worden. Daarnaast behoren ook lange afstand werkers en -verhuizers hiertoe.

In categorie 2 zit een zeer gevarieerde mix van woonruimtezoekers, zoals eenpersoonshuishoudens wegens een scheiding, jongvolwassenen oftewel starters zonder urgentie, alleenstaande (arme) ouderen, verhuizers binnen Twente zelf, statushouders, mensen die uitstromen uit beschermd-wonen-situaties en mensen die hun huurwoning zijn uitgezet.

Aantallen
De meest recente cijfers (2018) geven aan dat het aantal arbeidsmigranten in Twente zo’n 16.000 bedraagt. Daarvan is een ongeveer een derde niet geregistreerd. De verwachting is dat de stevig stijgende trend die eerder al is ingezet structureel is, waardoor de aantallen met zo’n 1.500 per jaar toenemen. Het betreft hoofdzakelijk Polen en Roemenen.

In de groep lange afstand werkers komen ongeveer 23.700 arbeiders naar Twente van een afstand van meer dan 50 km. Dit zou in 2.135 potentiële woonplekken kunnen resulteren.

Bij lange afstand verhuizers (>50km) is geschat dat het jaarlijks gaat om 7055 personen die in Twente gaan wonen. Daarvoor zouden jaarlijks 1833 tijdelijke woningen nodig zijn.

Voor de andersoortige typen spoedzoekers is het beeld meer diffuus. Harde cijfers in aantallen en benodigde woningen zijn moeilijk vast te stellen. Alleenstaanden die scheiden zorgen bij benadering voor 250 extra spoedzoekers per jaar. De starters zijn goed voor circa 60 huishoudens. Bij de alleenstaande ouderen wordt een toename per jaar verwacht van zo’n 140 huishoudens. Tijdelijke huisvesting voor verhuizers binnen Twente zal gaan om 360 huishoudens per jaar. Voor de overige doelgroepen is het lastig in te schatten. Het aantal statushouders fluctueert enorm, in 2019 bijvoorbeeld betrof het 230 huishoudens, de uitstroom uit beschermd wonen was goed voor 56 huishoudens in 2018; het aantal uitzettingen varieert natuurlijk ook, in 2018 waren het er 117.

Simon Zandvliet is volksvertegenwoordiger namens de SP in de Provinciale Staten van Overijssel:
“In den lande is al van alles onderzocht en opgeschreven over arbeidsmigranten. Onderzoeksbureau Decisio heeft in de afgelopen jaren totaal al zo’n 53 rapporten opgesteld rond deze problematiek. Samen met onderzoekers van Companen is in 2020 een eindrapport opgeleverd over de huisvesting van internationale arbeidsmigranten hier in Overijssel. Bekend is ook het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, kortweg het ‘Aanjaagteam Roemer’. In hun tweede rapport ‘Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan’ staan belangrijke punten die ter harte genomen moeten worden. En nu is er sinds kort ook het rapport van Tellers & Benoemers, de ‘Quickscan huisvesting spoedzoekers Twente’, dat in opdracht van provincie Overijssel is gemaakt. Dat rapport geeft weer dat er in Twente ongeveer 16.000 arbeidsmigranten zijn. Wat ik merk is dat in onderzoeken en rapporten de focus kan verschuiven naar discussie over statistieken en cijfers. Terwijl het gesprek aan de hand van deze cijfers vooral moet gaan over de humane kijk op de arbeidsmigranten. Dat is de kern van de zaak, daar begint alles mee.  Wij zijn er echt van overtuigd dat de provincie een belangrijke taak en een rol heeft om de situatie rond arbeidsmigranten goed en humaan aan te pakken en te reguleren. Ze moet eisen stellen, regels maken en goede normen stellen. Die naar mijn overtuiging verder moeten gaan dan het SNF-keurmerk (de reguliere norm voor huisvesting van arbeidsmigranten). Om dit te stimuleren moeten wij als Statenleden met een goed, volledig en sluitend pakket maatregelen komen en dat aanbieden aan de gedeputeerde met het verzoek dit uit te voeren. Wat in iedere geval duidelijk is, dat we deze hardwerkende mensen hartstikke nodig hebben om het werk gedaan te krijgen dat we zelf niet meer willen doen. Zij zorgen ervoor dat wij onze manier van leven in stand kunnen houden. Er moet dus veel gebeuren, zoals we nu met ze omgaan moet veranderen. Nogmaals, het humane moet voorop staan in hoe we kijken naar de omstandigheden van onze arbeidsmigranten. Zonder deze mensen is er geen brood op de plank, zij vormen feitelijk de hoeksteen van onze samenleving. Dat betekent dan ook dat we er alles aan moeten doen om hun positie doorslaggevend te verbeteren. Voor hen, de arbeidsmigranten. Dat zijn we aan hen – maar ook aan onszelf – verplicht.”

Huisvesting
Met alleen deze getallen ben je er natuurlijk niet. Geen groep is hetzelfde. De wensen en (rand)voorwaarden van de spoedzoekers zijn zeer verschillend. Je moet dus inzoomen. Een eerste onderscheid is de vraag of het om de behoefte van permanente huisvesting gaat of dat specifiek een tijdelijke woonoplossing het meest passend is. De aantallen daarbinnen zijn ook verschillend: jaarlijks zijn er ongeveer 1.150 mensen op zoek naar een permanente situatie, terwijl de vraag naar tijdelijke huisvesting een stuk groter is, rond de 5.600 spoedzoekers op jaarbasis. In deze tweedeling is ook weer een nader onderscheid aan de orde. De vraag van de eerste groep, die van de permanente huisvesting, laat zich niet of niet goed realiseren op een centrale plek. Voor de tijdelijke woonoplossing is zo’n centrale plek juist weer wel een prima optie. Voor beide groepen is het de vraag waar en hoe.

Wie permanent, wie tijdelijk?
De spoedzoekers die geholpen zijn met een permanente oplossing zijn de alleenstaande (arme) ouderen, statushouders, huurders die het huis zijn uitgezet, jongvolwassenen die niet meer thuis kunnen wonen, mensen die uitstromen vanuit begeleid of beschermd wonen of maatschappelijke opvang en arbeidsmigranten die zich permanent willen vestigen (ca. 30%). Het heeft de voorkeur dat zij lokaal én vanwege mogelijke problematiek, op basis van maatwerk aan huisvesting worden geholpen. Lokaal wonen maakt het integreren (in de wijk) goed mogelijk. Bemoeienis van woningcorporaties en diverse maatschappelijke organisaties speelt een belangrijke rol.

De spoedzoekers die gebaat zijn bij tijdelijke huisvesting zijn arbeidsmigranten (short en mid-stay, ca. 70%), lange afstand verhuizers, -werkers en expats, eenpersoonshuishoudens na scheiding en (tijdelijke) verhuizers bij renovatie/verduurzaming van de woning. Voor hen is centraal huisvesten op een goed bereikbare locatie in Twente goed mogelijk omdat veel van deze doelgroepen arbeidsgerelateerd zijn en overal in Twente werken. Integratie in de buurt is veel minder van belang, bovendien zijn ze niet kwetsbaar, waardoor gezamenlijke huisvesting minder risicovol is.

Waar en hoe tijdelijk en centraal huisvesten?
De beste oplossing voor het mogelijk maken van tijdelijk wonen op een centrale locatie, is de herontwikkeling of transformatie van een of meerdere leegstaande (kantoor)gebouwen. In Twente staan er veel zorg- en kantoorgebouwen leeg, zowel in en nabij industrieterreinen als woonwijken. Deze panden krijgen dan niet alleen een nieuwe invulling en bestemming, maar kunnen dan tegelijkertijd verduurzaamd worden. Bovendien liggen er mogelijkheden voor circulair verbouwen. Andere mogelijkheden als wonen bij agrarische bedrijven, woonruimte verspreid over de stad of vakantieparken zijn om meerdere redenen veel minder interessant.

In Nederland is er inmiddels op meerdere niveaus veel onderzoek gedaan naar de huisvestingswensen van (short- en mid-stay) arbeidsmigranten. Daarnaast zijn ook de normen en voorwaarden waaronder dat moet en kan, goed in beeld gebracht. Dat heeft de SNF-norm opgeleverd. De Stichting Normering Flexwonen heeft eisen opgesteld waaraan locaties en de huisvesting zelf aan moeten voldoen. En aan de gemeenten de taak en de verantwoordelijkheid om bij het huisvesten van deze doelgroep te bouwen aan draagvlak bij de inwoners; dit wordt gezien als meest belangrijke succesfactor.

Deze beoogde centrale woonlocaties voor arbeidsmigranten kunnen ook goed aangevuld worden met de overige spoedzoekersdoelgroepen in dit tijdelijke segment. Bijkomend voordeel is dat het de heterogeniteit binnen het wooncomplex vergroot waarmee de sociale controle toeneemt en de leefbaarheid bevordert wordt.

Michel ten Hag is directievoorzitter van Ten Hag Makelaars & Financiële Dienstverleningsgroep, tot voor kort bestuurslid van de NVM, en sinds een half jaar voorzitter van VNO-NCW Twente:
“Ik ben blij met de ‘Quickscan Huisvesting Spoedzoekers Twente’ die in opdracht van de provincie Overijssel is uitgevoerd. Hier kunnen we mee verder, we weten nu waarover we praten. Voor het oplossen van problemen helpen een eenzijdige kijk en benaderingswijze beslist niet. Je kunt beter kiezen voor een ruime blik en ze via meerdere wegen benaderen. En dit is nu precies wat er moet gebeuren rond de aanpak van de hele keten met betrekking tot de arbeidsmigranten. Er zijn op dit vlak veel partners en partijen in het geding die in collectiviteit moeten optrekken om alles onder controle en geregeld te krijgen. Wonen, werken, vervoer en leefbaarheid zijn de kernzaken waar het om gaat en alles wat daar bij komt kijken en mee te maken heeft. Werkgevers, uitzendbureaus, gemeenten, provincie en het Rijk, woningcorporaties, de politiek, alles en iedereen hebben we hiervoor nodig. Een regionale aanpak van de huisvesting van hen en alle spoedzoekers is daarbij noodzakelijk, ook moet er gekeken worden of er mogelijkheden zijn voor centrale huisvesting, op één locatie. En zo kwam als vanzelf het voormalig stadskantoor van Hengelo in beeld als potentiële oplossing. Daarin kan een prachtig en levendig verticaal dorp gerealiseerd worden waar meerdere doelgroepen terecht kunnen die enorm geholpen zijn met tijdelijke woonruimte. Die mix is nodig, want zoveel vierkante meters krijg je niet zomaar gevuld met alleen maar arbeidsmigranten. Een mooie kans dus om heel creatief gedifferentieerde bewoning mogelijk te maken; zowel qua mensen als woonvormen en contracten. Voor een paar maand tot maximaal 15 jaar, er is veel mogelijk. Bijzonder kansrijk is het, maar om dit allemaal goed van de grond te krijgen moet er samen met allerlei verschillende partijen een businessmodel ontwikkeld worden. En het moet niet alleen van Hengelo alleen afhangen, provincie en gemeenten uit de wijde omgeving zijn ook belanghebbend. Er is grote behoefte aan duidelijkheid en aan sturing. Alles rond wonen moet je bij elkaar brengen om de transitie te kunnen maken. Daarom moet alles het liefst op één spelbord komen. Dat is een roep om meer regie rond wonen, zowel landelijk als provinciaal en regionaal. Er is nu onvoldoende afstemming waardoor veel zaken problematisch worden. Landelijk gezien pleit ik daarom voor een minister voor Wonen. Hier in Overijssel krijgt het regieverhaal een vertaling in de Regionale Woonagenda’s. Maar wat ook enorm zou helpen – en waartoe ik oproep – is het opzetten van Regionale Woonkeukens. Dat is een kleinere en meer regionaal toegespitste vorm van de reguliere Woonkeuken. Maar wel met hetzelfde enthousiasme en de dynamiek die het zo kenmerkt – de Woonkeuken 3.0. Al deze thema’s die hierboven genoemd zijn kunnen daar geagendeerd worden. Het is één schaal kleiner, daarmee wordt het tastbaarder en kunnen we op een behapbare schaal weer lekker dromen met elkaar. Elkaar inspireren door informatie uit te wisselen en ons enthousiasme te delen. Zo krijgen we goed zicht op de regionale vraag en kunnen we afstemmen en gezamenlijk oplossingen bedenken. En dan aan de slag. Met elkaar.

De Quickscan geeft goed inzicht in de getallen en mogelijkheden voor het huisvesten van de doelgroep spoedzoekers. De hoofdlijnen zijn neergezet, maar als laatste geeft het rapport van Tellers & Benoemers nog 11 behartigenswaardige aandachtspunten mee waar goed naar gekeken moet worden. Al met al voldoende munitie om lokaal en regionaal met de uitkomsten aan de slag te gaan in Twente.

Zie ook de Quickscan, samen met een beknopte versie op www.woonkeukenoverijssel.nl

0  reacties

Cookie-instellingen